Jong Trots over de studiefinanciering

Door in Nieuws

Jong Trots op Nederland is de jongerenpartij van Trots op Nederland. De Trotsers vertellen wat ze vinden van de studiefinanciering.

De laatste tijd wordt er veel gespeculeerd over de afschaffing van de studiefinanciering. Deze zou worden omgezet in een leenstelsel. Met name de PVDA maakt zich hier erg sterk voor en heeft zelfs het lef om hier het predikaat ‘sociaal’ op te plakken. Ook VVD en D66 zijn voor een leenstelsel voor het hoger en wetenschappelijk onderwijs. Voor jongeren en de kenniseconomie, kortom voor de toekomst van Nederland, kan dit grote negatieve gevolgen hebben.

Als argument voor een leenstelsel wordt vaak aangegeven dat hoogopgeleiden later aanzienlijk meer zullen verdienen dan anderen. Het zou volgens de voorstanders dus voor de hand liggen dat zij deze investering in hun toekomst zelf bekostigen. In deze redenering wordt naar onze mening echter voorbij gegaan aan het heden. Als iedereen die hoger onderwijs wil gaan volgen van te voren weet dat dit tot een succesvolle afronding zal leiden en dat hij/zij zich op het moment van keuze zich in een financiële situatie bevindt die het mogelijk maakt om de studie te bekostigen, klinkt het als een logische redening. Maar juist deze punten leiden in de huidige situatie al tot onzekerheid bij jongeren en vormen een essentieel onderdeel van het toekomstige probleem bij invoering van een leenstelsel. In de gegeven verklaringen wordt hier faliekant aan voorbij gegaan. Dit leidt tot veel woede en ongeloof bij jongeren/studenten. Zij voelen zich ongehoord en tekort gedaan. En terecht.

Aantasting samenleving en kenniseconomie

Voor veel jongeren is de studiefinanciering juist van essentieel belang. Uit onderzoek van de LSVb is gebleken dat maarliefst 20% van de jongeren denkt te zullen (moeten) stoppen met studeren als de studiefinanciering van een gift wordt omgezet in een lening. De vrees bestaat dat met name allochtonen, mensen uit de lagere sociale klassen en mensen met een tock al onzekere financiële situatie niet gaan studeren als ze verplicht worden te lenen om hun studie te bekostigen. Dit kan een tweedeling in de samenleving en een leegloop in het hoger onderwijs tot gevolg hebben. Als in de toekomst het hoger onderwijs alleen nog toegankelijk is voor de beter bedeelden in de samenleving is dit een bedreiging voor de sociale cohesie in Nederland. De tweedeling tussen rijk en arm, autochtoon en allochtoon die ontstaat zal de relatie tussen deze groepen verder onder druk zetten. De leegloop in het hoger onderwijs, welke volgens onderzoek van de LSVb mogelijk 20% bedraagt, kan op termijn schadelijk zijn voor onze kenniseconomie. De poel van hoogopgeleide studenten waaruit gevist kan worden zal door invoering van een leenstelsel alleen maar kleiner worden.

Jeugdwerkloosheid

Hiervoor werd al genoemd dat 20% van de jongeren denkt te zullen stoppen met studeren als een leenstelsel wordt ingevoerd. In onzekere economische tijden, opkrabbelend uit een crisis en met een nog steeds zeer krappe arbeidsmarkt kan dit grote gevolgen hebben voor deze jongeren.

Uit een onlangs verschenen bericht is op te maken dat het kabinet zich grote zorgen maakt over de jeugdwerkloosheid onder niet naar school gaande jongeren. In januari zochten in totaal 121.000 – ofwel één op de tien – jongeren onder de 27 jaar een baan. Ruim de helft daarvan ging niet naar school. In de aanpak van jeugdwerkloosheid wordt geprobeerd werkloze jongeren te laten doorleren en met stages of leer-werktrajecten actief te houden. Zij blijven zo op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen binnen hun vakgebied, vergroten hun kennis, behouden een daginvulling die overeenkomt met een daginvulling van een werkend persoon en vergroten hiermee hun kans op een baan in de toekomst aanzienlijk. Juist voor deze jongeren kan de studiefinanciering in de vorm van een gift een enorme stimulans zijn om weer te gaan studeren of om langer door te leren. Als deze gift wordt omgezet in een lening verdwijnt hiermee de stimulerende en activerende rol van de studiefinanciering. Het is dus duidelijk dat de invoering van een leenstelsel negatieve invloed zal hebben op de omvang van de jeugdwerkloosheid.

Investeren in (kwaliteit) onderwijs

De redenering dat door invoering van een leenstelsel de kwaliteit van het onderwijs verbeterd kan worden is gezien de onderzochte bezuinigingsvarianten irreëel en tendentieus. Slechts in de ambtelijke bezuinigingsvariant die het verst gaat (én afschaffing basisbeurs én collegegeld omhoog) wordt er zo veel bezuinigd dat er daardoor geld overblijft voor beter onderwijs. Daarnaast wordt er binnen die bezuinigingsvariant ook een versobering van de ov-studentenkaart ingevoerd en wordt er collegegelddifferentiatie in de masterfase toegepast. Dat laatste houdt in dat voor verschillende opleidingen een hoger collegegeld gevraagd mag worden. Alleen de bezuinigingsvariant waar de studenten het hardst en van alle kanten worden gepakt, levert investeringen voor kwaliteitsverbetering op. In de andere twee varianten gaat het dus puur om een bezuinigingsmaatregel. Uit deze drie varianten komt dus naar voren dat voor er gesproken kan worden over eventuele kwaliteits verhogende investeringen er heel hard bezuinigd zal moeten worden en dat dan ten koste van de student.

Sommige partijen stellen voor om alle financiele middelen die vrij komen door invoering van een leenstelsel direct te investeren in het hoger onderwijs. Op die manier betalen de studenten de investering in het onderwijs helemaal zelf. Zo profiteren wederom alleen de beter bedeelden van de investeringen in het hoger onderwijs over de rug van de 20% jongeren die denken te stoppen met studeren door invoering van een leenstelsel. Een asociale maatregel dus. Om dan nog maar ter zwijgen over het rookgordijn dat hangt over die zogenaamde kwaliteitsimpuls voor het onderwijs. Men heeft er de mond van vol , maar op een echt zinnig voorstel zijn de genoemde partijen de laatste jaren niet echt te betrappen geweest. Dus waarom dan nu ineens wel?

Tijdsbesteding studie

Uit onderzoek van de LSVb blijkt verder dat 80% van de jongeren denkt meer te moeten werken naast de studie om zo het wegvallen van de studiefinanciering te compenseren. Daarnaast blijkt bovendien dat driekwart van de studenten op dit moment al extra geld van hun ouders krijgt om rond te kunnen komen en te kunnen studeren. Vrijwel alle studenten zijn het erover eens dat dit zou leiden tot minder tijdsbesteding aan de studie wat ten koste gaat van de studievoortgang en de studieresultaten. Dit staat haaks op het idee dat door de voorstanders van een leenstelsel geopperd wordt. Zij stellen namelijk dat wanneer studeren straks veel geld kost, studenten minder tijd aan bijbaantjes zullen gaan besteden en serieuzer met hun studie bezig zullen zijn. En wie betaalt dan de studie? Zoete, lieve…?

Motiverende werking van een leenstelsel

Een andere veel gehoorde reden voor de invoering van een leenstelsel is de veronderstelling dat door een leenstelsel de motivatie bij studenten toeneemt. Bij deze veronderstelling wordt voorbij gegaan aan het feit dat intrinsieke motivatie niet met geld en financiële beloning te maken heeft, maar met gevoelszaken als eergevoel, verantwoordelijkheid dragen, status, inhoudelijke voldoening, waardering, erkenning van kwaliteiten, het teamverband, sociale acceptatie en zichtbare resultaten van de inspanning. De intrinsieke motivatie om te gaan studeren en om de studie succesvol af te ronden zal dus niet gestimuleerd worden door een leenstelsel. De enige stimulans welke een leenstelsel op dit gebied zou kunnen hebben is het tempo van studeren. Al zal dit bij intrinsiek gemotiveerde mensen sowieso al geen probleem vormen. Daarnaast heeft dit geen invloed op de studenten die niet intrinsiek gemotiveerd zijn en bovendien hun studie niet zelf hoeven te betalen. De studenten die in dit opzicht de dupe zijn, zijn de studenten die wel intrinsiek gemotiveerd zijn en die de financiële steun vanuit de overheid het meest nodig hebben vanwege hun eigen financiële situatie. Hoe een aantal politieke partijen dit uit kunnen leggen als sociaal is ons een raadsel.

Financiëel / getalsmatig perspectief van de bezuiniging

Totale afschaffing van de studiefinanciering zou de schatkist in totaal bijna 4 miljard euro opleveren. Deze 4 miljard bedraagt ongeveer 10% van de totale begroting van met ministerie van OCW. Een bedrag dat met nog een extra miljard aan zakgeld met het grootste gemak aan de Grieken wordt uitgeleend. In Nederland wordt relatief weinig van het Bruto Binnenlands Product (BBP) in onderzoek en ontwikkeling gestoken. Nederland ligt met 2% van het BBP onder het Organisation for Economic Coöperation and Development (OECD) gemiddelde van 2,21 procent. Ook wordt in vergelijking met andere ontwikkelde landen weinig samengewerkt tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen en universiteiten. De gemiddelde totale onderwijsuitgaven liggen in Nederland met een percentage van 4,6 procent BBP lager dan het OECD gemiddelde op 5,5 procent, waar de studiefinanciering dus maar 0.46% van uitmaakt. Andere welvarende landen geven beduidend meer dan gemiddeld uit, zoals Finland met 5,7 procent. Het aantal onderzoekers en technische studenten ligt ook lager dan in andere landen. Vergeleken met Finland telt Nederland 5,1 procent onderzoekers per 1000 inwoners tegen Finland 10,8 procent. Waar Nederland 5,8 procent technische studenten heeft, heeft Finland er 17,8. De cijfers liegen er niet om, als Nederland zich verder wil profileren als kenniseconomie en hier ook op in wil blijven zetten in de toekomst dan zal er juist meer geld in het onderwijs gestoken moeten worden in plaats van het doorvoeren van onverantwoorde bezuinigingen. Het behouden van de studiefinanciering speelt een belangrijke rol bij het vergroten van de aantallen studenten en daarmee uiteindelijke ook bij het vergroten van de collectieve kennis van de Nederlandse bevolking. Wat op zijn beurt weer een procentuele stijging van de innovatie en het BBP tot gevolg heeft. Een simpele maatregel als de studiefinanciering levert omgezet in harde cijfers uiteindelijk dus meer op dan het kost.

JongTrots: oog voor de toekomst!

Veel studenten voelen zich genegeerd en ongehoord door de gevestigde politieke partijen, die alleen maar oog lijken te hebben voor de AOW en de hypotheekrenteaftrek. De studiefinanciering lijkt onder te sneeuwen bij deze zwaargewichten en dreigt een al bijna vaststaande bezuinigingsmaatregel te worden. JongTrots daarentegen ziet de studiefinanciering als een essentieel onderdeel in onze samenleving dat positief bijdraagt aan de toekomst van Nederland. De jongeren van nu zijn de dragende schouders van morgen. Zij zijn degenen die straks de problemen moeten oplossen en onze kenniseconomie ook na de babyboomers moeten voortzetten en uitbouwen. De toekomstige kosten van de vergrijzing moeten betaald worden door diezelfde generatie. Juist jongeren verdienen nu een vorm van zekerheid, waarmee er een fundament voor de toekomst kan worden gelegd. JongTrots zal zich volledig voor de waarborging van deze zekerheid inzetten en er alles aan doen om de studiefinanciering te behouden. Studeren moet voor iedereen in onze samenleving een recht blijven, zonder daarbij onderscheid te maken tussen arm of rijk. De zoon/dochter van de timmerman heeft evenveel recht op het volgen van een studie als de zoon/dochter van een bankdirecteur en die zoon/dochter van de bankdirecteur heeft evenveel recht op een studiefinanciering als de zoon/dochter van de timmerman.

Wanneer de financiële positie van studenten in het geding komt tast je zowel direct als indirect de kansen op het volgen en succesvol afronden van een studie van studenten uit bepaalde sociale milieus aan. Gelijke kansen en gelijke rechten op alle vlakken, daar pleiten wij voor. Ook de cijfers pleiten voor het behoud van de studiefinanciering. De investering van de studiefinanciering zorgt direct voor een meetbare vergroting van de studentenpoel en stijging van de innovatieve tak van onze economie. Vertaald in BBP cijfers zorgt de minimale investering van 0,46% BBP voor een gemiddelde stijging van vele procenten en vergroot het aandeel van de kennis -en innovatiesector op het totale BBP sinds de jaren 80 elk jaar. Kortom wij zien als JongTrots alleen maar voordelen aan de huidige vorm van studiefinanciering en zullen daarom ook alles in het werk stellen om dit te behouden.

Oog voor elkaar, oog voor de toekomst!

Tip: gebruik de pijltjestoetsen om snel tussen artikelen te bladeren.
Terug naar boven