Tweede Kamerverkiezingen

De samenstelling van de Nederlandse Tweede Kamer wordt bepaald door rechtstreekse verkiezingen volgens het principe van evenredige vertegenwoordiging. Volgens artikel 54 van de Grondwet en artikel B1 van de Kieswet worden leden rechtstreeks gekozen. De verkiezingen vinden volgens de algemene kieswet in principe elke vier jaar plaats.

Deelname

Om verkozen te worden in de Tweede Kamer moet men zich verkiesbaar stellen. Meestal gebeurt dit via een politieke partij, maar het is ook mogelijk om individueel verkiesbaar te zijn. Het registreren van een officiële partij is wel noodzakelijk om deze naam op het verkiezingsbiljet te krijgen. Wanneer men zich niet registreert, komt daar enkel het lijstnummer te staan. De Kiesraad organiseert de landelijke en Europese verkiezingen. Ook beheert en regelt de kiesraad de aanmeldingen van de registraties.

Het verkiesbaar stellen voor de Tweede Kamer vindt plaats per kieskring. Nederland heeft 19 kieskringen. Voor elke kieskring kan een andere lijst worden ingeleverd, maar meestal is het grootste deel van de lijst voor elke kieskring identiek. Wanneer een partij nog niet is verkozen, zijn voor het deelnemen in een kieskring ondersteuningsverklaringen vereist van 30 kiezers uit de betreffende kieskring. Ondersteuningsverklaringen van kandidaten tellen ook mee, maar alleen in hun eigen kieskring.

Bovendien moet een borgsom van € 11.250 betaald worden (in totaal, dus niet per kieskring). Deze krijgt de partij terug als het totaal aantal behaalde stemmen in alle kieskringen samen tenminste 75% is van het aantal stemmen dat nodig is voor een zetel.

Organisatie

Verkiezingen in Nederland worden georganiseerd door de afdeling burgerzaken van de gemeente. Zij zijn diegene die via de GBA (gemeentelijke basis administratie) kunnen zien wie waar ingeschreven is. De peildatum is 43 dagen voor de verkiezing = dag kandidaatstelling. Iedereen die op die datum ingeschreven is in de GBA krijgt een stempas op dat adres. Dit betekent dat mensen die tussen die datum en de dag van de verkiezing verhuizen de stempas op het oude adres krijgen. De afdeling burgerzaken (in grote gemeenten ook Bureau Verkiezingen als onderdeel daarvan) is ook verantwoordelijk voor de opleiding en benoeming van de stembureauleden, het controleren van de door de stembureau’s aangeleverde gegevens (zijn er evenveel stemmen uitgebracht als stempassen ingenomen) en het doorgeven van de uitslag aan het hoofdstembureau. Het is volgens de kieswet niet de bedoeling dat ze zich bezig houden met het tellen van de stemmen want daar is het stembureau als openbaar lichaam zelf verantwoordelijk voor. Sinds het afschaffen van de stemcomputers zijn de meeste afdelingen burgerzaken minstens tot na twee uur ‘s nachts bezig met het verwerken van de gegevens. Waarna het hoofdstembureau van het desbetreffende district de dag erna de bescheiden controleert en in ontvangst neemt en weer een dag later naar de kiesraad in Den Haag brengt.

Datum

Verkiezingen voor de Tweede Kamer vinden volgens de Kieswet in principe elke vier jaar plaats, in maart. Als er in dat jaar al verkiezingen worden gehouden voor de gemeenteraad of voor Provinciale Staten, worden de Tweede Kamerverkiezingen gehouden in mei.

Soms kan er besloten worden om vervroegde verkiezingen te houden. Dat gebeurt onder andere wanneer er een kabinet valt. Deze verkiezingen kunnen in elke maand gehouden worden.

De verkiezingen volgend op deze vervroegde verkiezingen vinden dan weer plaats in de maand maart of mei, 4 jaar en een aantal maanden later. Een uitzondering hierop zijn vervroegde verkiezingen in maart of april. De zittingstermijn wordt dan juist iets verkort, tot 3 jaar en ongeveer 11 maanden.

Op zaterdag 20 februari 2010 viel het Kabinet-Balkenende IV, met als gevolg dat er vervroegde verkiezingen zijn gehouden. De Koningin heeft het ontslag van het kabinet geaccepteerd op 23 februari. De politieke partijen hebben vanaf deze datum maximaal 40 dagen om een lijst van kandidaten voor de Tweede Kamer op te leveren. 43 dagen na vastlegging van deze lijst worden de verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden: de verkiezingen zijn gehouden op woensdag 9 juni.

Kiesdeler

De kiesdeler is in Nederland het aantal stemmen dat een partij moet behalen om een zetel in de Tweede Kamer te verkrijgen. De kiesdeler wordt berekend door het totale aantal uitgebrachte geldige stemmen te delen door het aantal kamerzetels.

De kiesdeler kwam tijdens de verkiezingen van 22 november 2006 uit op 9.838.683 / 150 = 65.591.

Restzetels

Na het tellen van de stemmen en het toewijzen van evenveel zetels aan elke lijst als het aantal malen dat die lijst de kiesdeler heeft behaald, worden de restzetels over de lijsten verdeeld volgens het stelsel van grootste gemiddelden. Zouden aan een lijst meer zetels moeten worden toegewezen dan er kandidaten zijn, dan worden de zetels die ‘te veel’ zijn door voortgezette toepassing van het stelsel van grootste gemiddelden aan een andere lijst toegewezen.

Binnen een lijst worden de zetels eerst toegekend aan de kandidaten die meer stemmen hebben ontvangen dan 25% van de kiesdeler (voor zover de lijst voldoende zetels toegewezen heeft gekregen), in de volgorde van de aantallen aan hen toegekende stemmen. Resteren dan nog zetels, dan worden deze toegewezen in de volgorde van de kieslijst.

Bij de verdeling van restzetels zijn de grote partijen in het voordeel. Partijen kunnen echter hun kansen vergroten door lijstverbindingen aan te gaan.

Partijen die de kiesdeler niet halen, komen ook niet in aanmerking voor een restzetel. Hierdoor is de kiesdeler in feite ook een zogenaamde kiesdrempel. Er bestaat echter geen officieel (vastgestelde) wettelijke kiesdrempel in Nederland.

De kiesdrempel is in Nederland zeer laag in vergelijking met andere landen (0,67%, 1 zetel). Duitsland en verschillende andere Europese landen kennen bijvoorbeeld een kiesdrempel van 5%.

Terug naar boven